@ Minder recidive begint niet pas na de gevangenispoort
Meer cellen, een soberder regime, meer detentiefasering en eerder werken aan terugkeer. Het nieuwe meerjarige actieplan voor het gevangeniswezen bevat maatregelen die behoorlijk verschillend kunnen uitpakken voor recidive. Want draagt een efficiënter gevangeniswezen automatisch bij aan minder nieuwe delicten?
De druk op het Nederlandse gevangeniswezen is groot. Volgens het actieplan Ruimte voor recht van staatssecretaris Van Bruggen loopt het tekort aan detentieplaatsen zonder aanvullende maatregelen verder op. Voor 2031 werd in juni een tekort van ongeveer 1.700 plaatsen voorzien. Tegelijkertijd kampt het gevangeniswezen met personeelstekorten, verouderde gebouwen en tekorten in de tbs en overige forensische zorg. Tweede Kamer
Dat capaciteitsvraagstuk raakt direct aan een ander hardnekkig probleem: recidive. Nieuwe cijfers van het WODC laten zien dat van de volwassenen die in 2022 uit detentie kwamen, 45 procent binnen twee jaar opnieuw recidiveerde. Bij jeugdigen die uit een justitiële jeugdinrichting kwamen was dat 53 procent. WODC
Het actieplan probeert daarom niet alleen meer capaciteit te creëren. Het kabinet wil ook anders omgaan met detentie, personeel en de overgang van binnen naar buiten. Juist daar wordt het interessant vanuit het perspectief van recidive.
Meer aandacht voor de overgang naar buiten
Een opvallend onderdeel is de verruiming van de mogelijkheden voor detentiefasering. Het penitentiair programma (PP) moet voor een grotere groep beschikbaar worden en ook de criteria voor plaatsing op een Beperkt Beveiligde Afdeling (BBA) worden verruimd. Gedetineerden kunnen dan in de laatste fase van hun straf eerder buiten de muren werken, een opleiding volgen of aan andere onderdelen van hun re-integratie werken, onder voorwaarden en toezicht. Tweede Kamer
Vanuit het oogpunt van recidive is daarvoor veel te zeggen. Een abrupte overgang van een sterk gereguleerd leven in detentie naar volledige vrijheid kan problemen vergroten. Werk, huisvesting, inkomen, schulden en passende zorg moeten op het moment van vrijlating immers niet pas voor het eerst ter sprake komen.
Onderzoek van het WODC laat zien dat juist deze basisvoorwaarden samenhangen met recidive. Vooral stabiele huisvesting, vrij zijn van schulden en werk zijn belangrijk. De gedachte achter detentiefasering is dan ook dat iemand al vóór zijn volledige invrijheidstelling opnieuw leert functioneren in de samenleving, terwijl begeleiding en toezicht nog aanwezig zijn. WODC
Het actieplan verwijst zelf naar onderzoek waaruit blijkt dat geleidelijke terugkeer en verlofmogelijkheden samen kunnen gaan met minder recidive. Tweede Kamer
Meer vrijheid tijdens het laatste deel van een straf hoeft vanuit veiligheidsperspectief dus niet per definitie soepeler beleid te betekenen. Wanneer die vrijheid wordt gekoppeld aan werk, behandeling, toezicht en het opbouwen van een stabiel bestaan, kan zij juist onderdeel zijn van recidivepreventie.
Maar wat gebeurt er aan het begin van detentie?
Tegelijkertijd bevat het plan een maatregel die vanuit hetzelfde perspectief vragen oproept. Het kabinet wil voor de eerste fase van detentie een sober regime van maximaal twaalf weken ontwikkelen. Dat regime moet minder personeelsintensief zijn en bevat minder uren dagprogramma. Een belangrijke reden is dat het merendeel van de gevangenisstraffen relatief kort duurt en dat volgens het actieplan bij zulke korte verblijven maar beperkt tijd bestaat voor interventies, opleidingen en re-integratieactiviteiten. Tweede Kamer
Juist daar zit een dilemma.
Het WODC concludeerde eerder dat korte gevangenisstraffen nauwelijks of niet effectiever zijn in het voorkomen van recidive dan bijvoorbeeld taakstraffen, boetes of voorwaardelijke sancties. De kans op recidive kan na een korte gevangenisstraf zelfs groter zijn. Tegelijkertijd kan detentie bestaande beschermende factoren verstoren: iemand kan werk, huisvesting, relaties of zorg verliezen. WODC
Wanneer iemand slechts enkele weken of maanden vastzit en die periode grotendeels in een sober regime doorbrengt, ontstaat daarom een belangrijke vraag: wordt de toch al korte beschikbare tijd dan voldoende benut om de omstandigheden na detentie te verbeteren?
Dat is niet hetzelfde als zeggen dat een sober regime automatisch tot méér recidive leidt. Daarvoor is specifiek effectonderzoek nodig. Wel staat vast dat een goed leefklimaat relevant is. Een groot WODC-literatuuronderzoek naar langer gestraften laat bijvoorbeeld zien dat een veilige omgeving, zinvolle dagbesteding, autonomie, menswaardige bejegening en contact met de buitenwereld samenhangen met beter gedrag tijdens detentie en minder recidive daarna. WODC
De juiste persoon op de juiste plek
Ook uitbreiding van forensische zorg, tbs-capaciteit en de heropening van een justitiële jeugdinrichting kunnen voor recidive relevant zijn. Niet primair omdat er daardoor simpelweg meer plaatsen ontstaan, maar omdat mensen daardoor eerder in een omgeving terecht kunnen komen die aansluit bij hun risico’s en zorgbehoefte.
Dat sluit aan bij een belangrijk uitgangspunt van het actieplan: de juiste persoon op de juiste plek. Tweede Kamer
Voor mensen met psychiatrische problemen, verslavingsproblematiek of andere complexe criminogene factoren is alleen vrijheidsbeneming immers niet automatisch een behandeling van de oorzaken van het delictgedrag. Passende zorg en interventies kunnen juist noodzakelijk zijn om risico’s op langere termijn te verminderen.
Hetzelfde geldt voor personeel. Investeren in voldoende medewerkers lijkt op het eerste gezicht vooral een capaciteitsmaatregel, maar voldoende en deskundig personeel bepaalt mede of er ruimte is voor begeleiding, veiligheid, persoonlijk contact, risicosignalering en re-integratie. Een gevangenis kan voldoende bedden hebben en tegelijkertijd onvoldoende mogelijkheden bieden om daadwerkelijk aan terugkeer te werken.
Capaciteit of recidive: een valse tegenstelling?
Daarmee legt het actieplan een interessant spanningsveld bloot. De gevangenis moet straffen uitvoeren, de samenleving beveiligen én mensen voorbereiden op terugkeer. Soms versterken die doelen elkaar, maar soms concurreren ze om dezelfde mensen, middelen en tijd.
Meer cellen lossen bijvoorbeeld een capaciteitstekort op, maar hebben op zichzelf geen aangetoond recidiveverminderend effect. Een sober regime kan personeel vrijspelen, maar roept vragen op over de kwaliteit en inhoud van detentie. Eerder buiten de muren werken kan capaciteit opleveren én re-integratie bevorderen, mits selectie, begeleiding en toezicht zorgvuldig zijn georganiseerd.
De belangrijkste vraag is daarom misschien niet alleen hoeveel gevangenisplaatsen Nederland nodig heeft, maar vooral wat er tijdens en rond die detentie moet gebeuren om te voorkomen dat mensen opnieuw terugkeren.
Met 45 procent recidive binnen twee jaar onder volwassen ex-gedetineerden blijft dat een urgente opgave. WODC
Op het Recidivecongres staat precies die opgave centraal: wat weten we inmiddels over terugval, behandeling, begeleiding en re-integratie – en hoe vertalen we die kennis naar beleid en dagelijkse praktijk? Het nieuwe actieplan voor het gevangeniswezen maakt die discussie alleen maar actueler.
@ 12 november 2026: Tweede Recidive Congres https://www.recidivecongres.nl/
De bedoeling van straffen en strafrechtelijke interventies is om mensen die een delict hebben gepleegd te laten stoppen met recidiveren, met het plegen van nieuwe delicten. Dit congres gaat over recidive, maar vooral over de vraag of en hoe recidive is te voorkómen. Daar is al veel onderzoek naar gedaan en er zijn legio publicaties over. Maar de realiteit is dat recidive daardoor niet is uitgebannen. Nog steeds recidiveert een 48 % van de ex-gedetineerden binnen twee jaar en betreft zo’n 70% van de strafzaken recidive, hetgeen bij elkaar een enorme belasting betekent van het penitentiaire systeem en de Rechterlijke Macht.
De vraag of een ex-gedetineerde zal kunnen stoppen met crimineel gedrag is niet gemakkelijk te beantwoorden. Alleen de wetenschap dat bijna niemand beter wordt van gevangenisstraf is niet voldoende om criminaliteit, recidive en het gevangenhouden van mensen te verminderen. Het hangt van verschillende factoren af maar het heeft ook een relatie met de vraag hoe detentie op dit moment wordt vorm gegeven; hoe zinvol deze kan worden gemaakt. Het is daarnaast behalve afhankelijk van individuele kenmerken van de gedetineerde en wetenschappelijke- en praktijkkennis ook verbonden met maatschappelijke en politieke ontwikkelingen: hoe worden delictgedrag en recidive beschouwd, hoeveel budget heeft de samenleving over voor het verminderen hiervan?
Een goede re-integratie van justitiabelen is een basisvoorwaarde voor recidivebeperking. Re-integratie is gericht op maximale autonomie voor de justitiabele, waarbij goede zorg en begeleiding wordt verleend terwijl tegelijkertijd de veiligheid van de omgeving wordt beschermd. Op dit congres en in het daarbij te ontvangen boek zal worden ingegaan op de omvang van recidive, maar vooral ook op de vraag hoe recidive kan worden beperkt. Diverse omstandigheden die recidive kunnen bevorderen (zoals financiële problemen/schulden), afwezigheid van de juiste nazorg (zoals bijvoorbeeld bij kort gestraften) zullen worden besproken. Een belangrijke component van het congres en het boek betreft natuurlijk het terugdringen van recidive door middel van passende en zinvolle detentie, reclassering, (overige)forensische zorg en methodische aspecten en specifieke (gedrags)interventies.
Op dit tweede Recidivecongres worden diverse achtergronden en hulpmiddelen besproken, die professionals kunnen ondersteunen bij het richting geven aan verandering, zowel in het denken als in het handelen van de ex-gedetineerde. Maar niet alleen het denken en handelen van de ex-gedetineerde, zeker ook het handelen van de professional en reflectie op diens handelen komen op dit congres aan de orde.
@ 9 december 2024: TBS CONGRES 2024
Opvallend is dat het plaatsgebrek in- en de wachtlijsten voor de TBS veelal als een logistiek probleem worden gepresenteerd. Maar het is een professioneel inhoudelijk probleem:
– hoe verleen je goede zorg op het juiste moment;
– wat kost het om mensen die daartoe zijn veroordeeld om die zorg niet te tijdig te verlenen.
En daaruit vloeien uiteraard logistieke opgaven voort.
Op dit congres zal een poging worden gedaan om aan de tbs-sector een aantal handreikingen te doen en oplossingsrichtingen aan te bieden. Daartoe wordt met name een aantal sprekers uitgenodigd die niet in de tbs-sector werkzaam zijn en die de daar aanwezige problematiek met een frisse blik kan beschouwen en die de sector kan voeden en inspireren.
@ Met de sluiting van het Museum Valkenheide dreigt 110 jaar historie van de Nederlandse jeugdbescherming/jeugdzorg verloren gegaan. Teken de petitie!
https://petities.nl/petitions/laat-museum-valkenheide-niet-verloren-gaan?locale=nl&fbclid=IwAR3B7sKHuIjE6CUqa3NU3XJmPadRN2FyX4t6t3ZNDVVL37HvMbT62a85Icg
@ Transforensische psychiatrie dempt het gat tussen de reguliere psychiatrie en de forensische psychiatrie: https://www.medischcontact.nl/nieuws/laatste-nieuws/artikel/tussen-forensische-en-gewone-psychiatrie-gaapt-een-gat.htm?elementHolder=105881
@ In 2021 bestaat het tijdschrift PROCES 100 jaar. Dit wordt gevierd met een uitgebreid themanummer en met een webinar op 24 maart 2021. Verdere informatie: Het PROCES van de eeuw (2)
@ Collegereeks Interventies voor een veilige samenleving. Deze zal ik in 2020 voorzitten.
Helaas is het vervolg van deze collegereeks na drie succesvolle bijeenkomsten tijdelijk verplaatst naar een later tijdstip vanwege de coronacrisis.
@ In training als gespreksleider bij Moreel Beraad.
@ Donderdag 11 april 2019 Dagvoorzitter Middagsymposium Interculturele communicatie in het gedwongen kader.
@ Lid van de promotiecommissie bij de promotie Anneke Menger op 4 september 2018 over ‘De Werkalliantie in het gedwongen kader’.

@ Bijdrage aan ‘Dit is het sociaal werk‘, een verhaal uit mijn praktijk.
@ In april 2017 verschenen: Themanummer Reclassering van het tijdschrift Proces met als eindredacteuren Jacqueline Bosker en Jaap A. van Vliet
@ Bespreking ‘De recidivist als medeburger‘ in het tijdschrift Directieve therapie, jaargang 36, nr. 2.
@ Bespreking ‘De recidivist als medeburger‘ in het tijdschrift Secondant, 29 februari 2016.
@ Nieuwe hoopgevende ontwikkeling: Transforensische psychiatrie als antwoord op ‘verwarde mensen’.
@ 30 oktober 2015 Naar aanleiding van een artikel in De Volkskrant hierover: een interview met RTL nieuws over door Hogeschool Utrecht ontwikkelde methodiek ‘Werken in gedwongen kader’ voor de Dienst Terugkeer & Vertrek (DT&V) http://www.rtlnieuws.nl/nieuws/binnenland/zo-praten-ambtenaren-uitgeprocedeerde-asielzoekers-het-land-uit
