Boeken

2025

In voorbereiding:

Van Vliet, J.A. (red.). Door na de gevangenis. Recidive en terugkeer in de vrije samenleving.

In voorbereiding:

Van Vliet, J.A. (red.). TBS: inzicht op uitzicht. Amsterdam: Uitgeverij SWP

Dit boek verschijnt eind 2025. Op 10 december 2024 vond het TBS congres plaats (georganiseerd door Logacom). Het boek zat inbegrepen bij de congresprijs. Kijk op tbscongres.nl voor meer informatie.

Van Vliet, J.A. (red.). Intercultureel werken in gedwongen kader. Amsterdam: Uitgeverij SWP

De diversiteit en complexiteit van de samenleving is de afgelopen decennia sterk toegenomen. Professionals, door Lipsky gedefinieerd als ‘street level bureaucrats’, op velerlei gebied krijgen te maken met mensen met een andere culturele achtergrond en bagage dan de eigen, bekende cultuur. Zij worden zich vooral bewust van hun eigen cultuur op het moment dat zij in aanraking komen met mensen die andere culturele gedragingen en regels naleven dan zijzelf. Verschillen in cultuur zijn regelmatig aanleiding tot onbegrip, misverstanden, conflicten en miscommunicatie. Ook wanneer het gaat om professionals die werken in justitiële -strafrechtelijke of civielrechtelijke- kaders, is dat het geval. Maar een bijkomende complicatie is dat het in deze justitiële kaders veelal gaat om onvrijwillige contacten tussen professionals en medeburgers. Dat wil zeggen dat deze burgers, al dan niet door eigen toedoen, te maken krijgen met de bemoeienis van professionals die door of namens de overheid met hen in contact treden en interventies plegen die diep ingrijpen in hun persoonlijke leven. Deze professionals treden vanwege hun vaak wettelijk verankerde taken in de praktijk op als gezagsdragers namens de overheid. Terwijl in de grondwet is verankerd dat allen die zich in Nederland bevinden in gelijke gevallen gelijk behandeld dienen te worden, wordt dit bemoeilijkt door verschillen in cultuur die tot uiting komen in onder meer taal, kleding, gedrag, uiterlijk en levenswijze. Het is dan ook van groot belang dat deze professionals als gezagsdrager zodanig met medeburgers van elke culturele achtergrond in contact treden en communiceren dat hen recht wordt gedaan, zoals dat in de Nederlandse wetgeving is bedoeld. Er is hier, dat is duidelijk, veel ruimte voor miscommunicatie, die uit verschillende omstandigheden kan voortvloeien, zoals tijdsdruk, onbegrip en (voor)oordelen/etnisch profileren.

Deze inleiding is de basis voor verschillende vragen die in dit boek worden behandeld, zoals:

  • Wat is cultuur eigenlijk en hoe werkt dit door in het contact tussen mensen?
  • Welke waarden en normen spelen een rol en hoe kunnen deze bespreekbaar worden gemaakt?
  • Welke invloed hebben cultuur en taal op de diagnostiek en inschatting van psychische of psychiatrische stoornissen?
  • Welke invloed hebben culturele verschillen op risicotaxatie, behandeling en begeleiding van justitiabelen?
  • Wat zijn de belangrijkste vooroordelen die effectieve communicatie tussen professionals en medeburgers uit ‘andere’ culturen belemmeren?

In de media: Het boek behandelt thema’s als de rol van waarden en normen, de invloed van cultuur en taal op diagnostiek en risicotaxatie, en belangrijke vooroordelen die effectieve communicatie in de weg staan. – Media & cultuur, De Psychiater oktober 2025.

2024

Van Vliet, J.A. (red.), Zedendelinquenten. Analyse, begeleiding en resocialisatie. Amsterdam: Uitgeverij SWP. (2024).

Omslag

Re-integratie van (ex-)delinquenten in het algemeen roept in de samenleving regelmatig flinke emoties op. Nog lastiger is het wanneer het gaat over zedendelinquenten die, na een detentie of behandeling, moeten terugkeren in de samenleving. Meer nog dan andere delinquenten worden zedendelinquenten gezien als mensen met verwerpelijk gedrag en de terugkeer van zedendelinquenten in de maatschappij, na een vrijheidsstraf of terbeschikkingstelling (Tbs), leidt regelmatig tot gevoelens van onveiligheid en maatschappelijke onrust. Dit niet in de laatste plaats als er ook kinderen bij betrokken zijn. Een vaak gehoorde opvatting is dat de gevangenis of Tbs-kliniek een soort hotel zou zijn waarin gedetineerden worden verwend en dat hun verblijf best wat onaangenamer gemaakt zou kunnen worden: dat zal ze leren! Slachtoffers, wordt vaak gedacht, dié hebben levenslang. Soms helpt het om uit te leggen dat ook ex-gedetineerden een vorm van levenslang hebben omdat hun omstandigheden tijdens en door de detentie erop achteruit zijn gegaan. Én dat nazorg en (hulp bij) re-integratie ook bijdragen aan het welzijn van de samenleving.

Bij de terugkeer van een ex-zedendelinquent zijn dan ook veel personen en partijen betrokken: het gevangeniswezen of een Tbs-kliniek, de reclassering, de politie, soms actiegroepen en het openbaar bestuur, in het bijzonder de burgemeester van de gemeente waar de ex-zedendelinquent zich zal vestigen.

In dit boek zal inzicht worden gegeven in verschillende vormen van seksuele delinquentie en delinquenten en hoe hun terugkeer in de samenleving op een zorgvuldige manier kan worden georganiseerd, zodat zowel de zedendelinquent als de samenleving hier baat bij hebben.

2015

Van Vliet, J.A. (red.). De recidivist als medeburger. Amsterdam: Uitgeverij SWP.

Jaarlijks keren ongeveer 30.000 ex-gedetineerden terug in de lokale samenleving. In een flink aantal gevallen vallen zij na enige tijd terug in het plegen van strafbare feiten. Bekend is dat circa 70 procent van de ex-gedetineerden na 6 jaar weer in aanraking komt met politie en justitie. Dit leidt, zeker wanneer het gaat om ex-zedendelinquenten en plegers van gewelddadig gedrag, in toenemende mate tot maatschappelijke onrust en gevoelens van onveiligheid in de samenleving. De rol van de burgemeester en in het algemeen het openbaar bestuur is in deze situaties van toenemend belang.

De kans dat een ex-gedetineerde een recidivist en een veelpleger wordt en blijft is groot. Een goede begeleiding van de terugkeer van ex-gedetineerden is dan ook van groot belang om te voorkomen dat zij terugvallen in hun oude gedrag. Velen van hen hebben meerdere problemen die een goede terugkeer in de samenleving in de weg staan: geen identiteitsbewijs, geen huisvesting, schulden, geen baan, verslaving, (geestelijke) gezondheidsproblemen en een netwerk van ‘verkeerde’ vrienden.

Bij deze nazorg vanuit detentie zijn dan ook verschillende partijen betrokken. In eerste instantie het gevangeniswezen, waar de terugkeer in de samenleving al moet worden voorbereid. Tijdens detentie moet een aantal basisvoorwaarden voor re-integratie in de samenleving worden geregeld, zoals een identiteitsbewijs, inkomen en waar nodig onderdak, schuldhulpverlening en (geestelijke) gezondheidszorg. Maar ook gemeenten, veiligheidshuizen, verslavingszorg en de reclassering spelen een belangrijke rol bij het zorgen voor een goede maatschappelijke inbedding van de ex-gedetineerde.

In dit boek wordt deze problematiek door een aantal gerenommeerde deskundigen uiteen gezet en er worden voorbeelden gegeven van succesvolle praktijken om ex-gedetineerden en ex-Tbs-gestelden te re-integreren in de (lokale) samenleving, waarbij ook enkele buitenlandse praktijken worden beschreven.
Deze kennis is van belang voor een brede groep professionals, zowel voor lokale overheden als voor hen die werkzaam zijn in de geestelijke gezondheidszorg en forensische zorg, de VG-sector, het gevangeniswezen, de reclassering en voor gedragsdeskundigen, advocaten, rechters en officieren van justitie.

Suudi, R. & J.A. van Vliet. Methodische handleiding DT&V. Werken in een gedwongen kader. Den Haag, Dienst Terugkeer en Vertrek, publicatie-nr. 88168, Oktober 2015.

Methodiek DT&V

Van Vliet, J.A. & A. Menger (red.). Dader en slachtoffer, een paar apart. Amsterdam: Uitgeverij SWP.

Dr. Jaap van Vliet heeft als beleidsadviseur/onderzoeker aan de basis gestaan van de visie van het Leger des Heils Jeugdbescherming & Reclassering over de relatie slachtoffer en dader in de meest brede zin. Dit heeft in 2014 geresulteerd in een door LJ&R georganiseerd symposium onder de titel: ”Dader en slachtoffer: een paar apart?”
Het is een actueel en steeds boeiend thema. De visie op zowel wie de dader als wie het slachtoffer is, wat hun relatie tot elkaar en tot de samenleving is en hoe je de dader het beste kunt begeleiden is in de loop der jaren steeds herijkt.
In het strafproces zijn van oudsher de belangen van de verdachte goed beschreven en geborgd. Maar voor de slachtoffers was het lange tijd niet het geval. In de politiek en op beleidsniveau wordt momenteel gezocht naar manieren om de belangen van daders en slachtoffers meer met elkaar in evenwicht te brengen.
Op het symposium werd hier door een viertal sprekers aandacht besteed vanuit verschillende invalshoeken: de juridische, die van het slachtoffer, die van de dader en die van de reclassering. Omdat het symposium tot verschillende nieuwe inzichten leidde zijn de op het symposium uitgesproken teksten in dit boekje bij elkaar gebracht, zodat zij voor een breder publiek toegankelijk worden.

2013

Van der Helm,P, P. Schaftenaar, U. Kröger & J.A. van Vliet (red). Leefklimaat in de klinisch forensische zorg. Amsterdam: Uitgeverij SWP.

“Een samenleving die de zorg voor de meest kwetsbare kinderen verwaarloost, krijgt het terug in de vorm van agressie en geweld”.

In Nederland worden cliënten en patiënten in de gesloten psychiatrische zorg en TBS, die vaak een bedreiging voor zichzelf en anderen vormen, of ernstige delicten hebben gepleegd, behandeld op leefgroepen, begeleid door hbo-opgeleide sociotherapeuten (groepswerkers). Zij hebben de moeilijke taak om dagelijks een balans te vinden tussen flexibiliteit in therapeutisch handelen (nodig voor herstel) en controle (nodig om chaos en agressie op de groep te voorkomen).
Met hun vakkennis en ervaring zijn ze in staat ernstig ontregelde mensen weer te stabiliseren en contact te leggen. Medewerkers en cliënten/patiënten vormen samen een sociaal-pedagogisch leefklimaat op de groep, een belangrijke voorwaarde voor herstel.
Dit boek beschrijft de moeilijke taak (‘misschien wel het moeilijkste werk ter wereld’) van sociotherapeuten op de leefgroep om dat sociaal-pedagogisch klimaat neer te zetten vanuit recent wetenschappelijk onderzoek dat laat zien dat werken op de groep ‘werkt’.
Het boek is bedoeld voor het hbo ‘Werken in Gedwongen Kader’ en voor de vakmensen op de leefgroep zelf, ter ondersteuning van hun werk.

2012

Van Vliet, J.A, A. Andreas, B. Keuning & W. Zandbergen (red.). Verbinden in de keten. Forensisch Psychiatrisch Toezicht bekeken. Amsterdam: Uitgeverij SWP.

2006

Van Vliet, J.A., De Tbs in zijn maatschappelijke context. De relatie tussen forensische psychiatrie en algemene geestelijke gezondheidszorg (dissertatie). Nijmegen: Wolf Legal Publishers.

De TBS in zijn maatschappelijke context

Tbs-gestelden zijn doorgaans voorafgaand hun delict in contact geweest met de geestelijke gezondheidszorg, maar als het contact met de hulpverleners spaak liep `verdwenen` ze uit beeld. Ook na hun Tbs kloppen ze vaak tevergeefs aan bij de GGz. Jaap van Vliet onderzocht de moeizame relatie tussen forensische psychiatrie en de GGz. Het aantal Tbs-gestelden is in de afgelopen tien jaar meer dan verdubbeld: van 650 in 1995 tot circa 1600 nu. Vanuit zijn ervaringen in de forensische psychiatrie, reclassering en maatschappelijk werk stelt Jaap van Vliet dat Tbs een probleem aan zowel de voor- als achterdeur heeft: de instroom neemt toe, terwijl de uitstroom stagneert. In zijn proefschrift onderzoekt hij Tbs dan in haar maatschappelijke context, met name de relatie tot de algemene geestelijke gezondheidszorg. Het `voordeurprobleem` luidt dat criminelen met een psychische stoornis niet de zorg krijgen die escalatie voorkomt. Van Vliet beschrijft een aantal voorbeeldcasussen waarin de hulpverlening aan mensen die in aanraking met politie zijn geweest, faalt en zo maatschappelijke risico`s veroorzaakt. Op basis van dossieronderzoek van Tbs-gestelden concludeert Van Vliet dat Tbs-gestelden doorgaans eerder contact hebben gehad met of behandeld werden in de GGz. Voorafgaand aan het delict waarvoor de Tbs opgelegd is, is vaak het contact verbroken – op eigen initiatief of dat van de GGz. Hij kwalificeert dit als “geïnstitutionaliseerde verwaarlozing”. De zorg zou moeten worden voortgezet in de vorm van bemoeizorg of een voor de cliënt meer passende vorm van behandeling. Meer inzicht in de redenen waarom deze groep niet binnen de GGz geholpen wordt, kan bovendien bijdragen aan de preventie van delicten. Van Vliet beveelt ook een meldingsplicht aan voor de GGz indien risicovolle cliënten uit beeld raken. Noodvoorziening Op basis van literatuuronderzoek concludeert Van Vliet dat in de samenwerking tussen forensische psychiatrie en de Algemene GGz op het gebied van uitstroom de laatste jaren bar weinig vooruitgang is geboekt. Opvallend is dat de forensische sector steeds meer eigen oplossingen voor uitstroom gaat creëren, los van de GGz. Verdere pogingen om de samenwerking zich vanuit deze organisaties te laten voltrekken, zijn volgens Van Vliet ook niet zinvol. De GGz-instellingen blijken moeite te hebben met deze groep van patiënten zowel voorafgaand aan het delict als na hun Tbs-behandeling. Veel behandelaars vinden het onmogelijk om zowel slachtoffers als daders te behandelen. De reclassering zou de bemoeizorg kunnen leveren, maar wordt sinds 2004 niet meer gefinancierd om dergelijke contacten te onderhouden zonder justitiële opdracht. De instelling van een `civil penal order` zou hier soelaas kunnen bieden. Momenteel ontstaat er door het gebrek aan uitstroommogelijkheden een grote groep patiënten die wacht op een zorgintensieve voorziening voor langdurige behandeling en/of chronisch verblijf. Van Vliet pleit voor een (nood)voorziening om de schade aan patiënten en de samenleving zo veel mogelijk te beperken.

Boekbespreking over ‘De Tbs in zijn maatschappelijke context’ in Sancties 2007 (3) p. 180-181.

2001

Van Vliet, J.A. & J.P. Wilken, Ons kent ons… de praktijk van samenwerking in de forensische zorg. Amsterdam, Uitgeverij SWP.
Vliet, J.A. van Ons kent ons ...